Candriam: olie naar een nieuw evenwicht voor de oliemarkt?

Emile Gagna, Economist bij Candriam

Terwijl de olieprijs sinds 2011 steeds tussen $ 100 en $ 120 per vat schommelde, is zet vanaf midden 2014 sterk beginnen dalen. Begin 2016 werd er nog amper $ 30 per vat betaald, waarna de prijs zich tussen $ 45 en $ 55 heeft gestabiliseerd.

De oorzaken voor de val van de olieprijs zijn gekend. Ze hebben voornamelijk te maken met het aanbod. De continue verbetering van de winningstechnieken heeft de ontginning van Amerikaans schaliegas gemakkelijker gemaakt, wat tot een indrukwekkende toename van het aantal boringen heeft geleid. De dalende trend van de Amerikaanse olieproductie sinds het midden van de jaren 1980 werd op die manier onderbroken... en zelfs omgekeerd. In 2014 in het bijzonder nam de olieproductie met meer dan 1,5 miljoen vaten per dag toe en dat heeft de totale productie op wereldvlak mee doen groeien (Figuur 1)!

Sindsdien heeft de dalende olieprijs de groei van de olieproductie in de Verenigde Staten afgeremd. Toch heeft de oliemarkt zich nog niet kunnen herstellen. Saoedi-Arabië en Rusland willen immers een hoog productieniveau handhaven en Iran kan dankzij de opheffing van de sancties opnieuw olie exporteren. Bijgevolg zijn de voorraden sinds 2014 non-stop blijven aangroeien tot ongezien hoge niveaus (Figuur 2).


Olieprijzen

Het akkoord van Wenen dat op 30 november 2016 gesloten werd, betekent een keerpunt. Terwijl de grote olieproducenten aanvankelijk de productie hoog hielden om de Amerikaanse producenten van schalieolie uit de markt te duwen, binden ze nu in. De strategie betekende namelijk een financiële aderlating. Het akkoord van Wenen is het eerste akkoord over een productiebeperking sinds het akkoord van Oran in 2008. Volgens het nieuwe akkoord zouden de leden van de OPEC hun productie vanaf 1 januari 2017 met 1,2 miljoen vaten per dag (mvd) verlagen. Nog belangrijker is het feit dat het akkoord het kader van de OPEC overstijgt, want elf landen (waaronder Rusland, de grootste producent ter wereld) zijn bereid om bij te dragen aan een nieuw evenwicht op de oliemarkt door hun productie met bijna 0,6 mvd te verlagen.

Natuurlijk bestaat het risico dat het akkoord niet geïmplementeerd wordt. Het akkoord moet niettemin een ondergrens voor de olieprijs vastleggen. Een sterke stijging van de olieprijs is dan weer weinig waarschijnlijk: het overschot van de voorraden is daarvoor te groot (Figuur 3) en een te sterke stijging van de olieprijs zou de olieproductie in de Verenigde Staten opnieuw stimuleren!