Schroders: Drie voordelen om infrastructuurbeleggingen te focussen op de energietransitie

Na ruim tweehonderd jaar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verschuift de mondiale energievoorziening in hoog tempo richting hernieuwbare bronnen. Volgens Mina Patel, Global Head of Infrastructure bij Schroders Capital, maakt juist die energietransitie, gedreven door decarbonisatie, betaalbaarheid en energiezekerheid, de sector tot een kansrijk beleggingsdomein. Daarmee wordt een pré toegevoegd aan de algemene infrastructuurbeleggingen.

Het Internationaal Energieagentschap schat dat vanaf 2030 jaarlijks circa $4,5 bln. nodig is om de energietransitie te financieren. Dat is bijna drie keer zoveel als in recordjaar 2023. Die investeringsgolf is mondiaal, terwijl de politieke en economische steun voor een schoner en robuuster energiesysteem in veel landen breed blijft. Zelfs in de VS, waar het politieke klimaat volatiel is, blijft steun voor hernieuwbare energie volgens Patel groot, mede vanwege de bijdrage aan banen en concurrerende stroomprijzen.

Patel ziet daarom meer in een gerichte allocatie naar energietransitie-infrastructuur dan in een brede infrastructuurbenadering. Omdat beleggers gemiddeld slechts 14% van hun portefeuille aan alternatieve beleggingen toewijzen, moet dat schaarse kapitaal volgens Patel zo doelgericht mogelijk worden ingezet. Daarvoor zijn volgens haar drie hoofdredenen:

1. Beleggingen in de energietransitie onderscheiden zich sterk van andere onderdelen van de portefeuille

Een analyse van rendement en volatiliteit over 2014-2024 laat zien dat energietransitie-infrastructuur op lange termijn grofweg hetzelfde risico-rendementsprofiel heeft als brede infrastructuurportefeuilles. Dat is opvallend, omdat het ingaat tegen het idee dat gespreide infrastructuur per definitie minder risicovol is.

Volgens Patel zegt zo’n geaggregeerde vergelijking echter niet alles. Juist de onderliggende risico's binnen energietransitie-infrastructuur maken deze beleggingen onderscheidend. Zo zijn rendementen vaak gekoppeld aan inflatie, terwijl stijgende stroomprijzen voor deze activa eerder een voordeel dan een kostenpost zijn. Ook spelen weersomstandigheden, technologische verschillen tussen bijvoorbeeld zon- en windprojecten, en uiteenlopend beleid per regio een grotere rol dan in veel andere beleggingscategorieën.

Die specifieke mix van risicopremies zorgt volgens de vermogensbeheerder voor duidelijke diversificatievoordelen. Correlatiegegevens laten zien dat energietransitie-infrastructuur een lage correlatie vertoont met vrijwel alle andere beleggingscategorieën, inclusief brede infrastructuur, en zelfs negatief kan correleren met meer cyclische aandelen en obligaties.

De uitkomst is dat energietransitie-infrastructuur historisch weliswaar vergelijkbare langetermijncijfers laat zien als traditionele infrastructuur, maar onderliggend op heel andere krachten drijft. Juist daardoor kan een gerichte allocatie naar deze sector de spreiding binnen een portefeuille vergroten.

Private assets correlatie matrix

Private assets correlaties

2. Energie is uitgegroeid tot het belangrijkste groeisegment binnen infrastructuur

Energietransitie is het snelst groeiende segment binnen infrastructuur. De komende twintig tot dertig jaar is daar volgens Schroders onafgebroken nieuw kapitaal nodig, zowel om een duurzamer mondiaal energiesysteem op te bouwen als om aan de stijgende energievraag te voldoen.

Dat groeiverhaal is ook zichtbaar in de dealmarkt. Energie is wereldwijd al de grootste infrastructuursector gemeten naar transactievolume, terwijl hernieuwbare energie daarbinnen veruit de grootste subcategorie vormt. Over de afgelopen vijftien jaar was die sector zelfs goed voor 48% van alle infrastructuurinvesteringen.

Volgens Patel is die groei niet alleen relevant voor de omvang van het beleggingsuniversum, maar ook voor de prijsvorming. Omdat de sector voortdurend nieuw kapitaal moet aantrekken, ontstaan in alle fasen van de levenscyclus kansen: van vroege projectontwikkeling tot operationele activa die na oplevering worden verkocht om kapitaal vrij te maken voor nieuwe projecten. Juist dat laatste speelt momenteel sterk, omdat veel ontwikkelaars financieel beperkt zijn en kapitaal moeten recyclen via de verkoop van bestaande activa. Dat zorgt voor een markt met gemotiveerde verkopers, wat aantrekkelijke rendementen kan ondersteunen.

3. Waarom duurzaamheidsrisico accepteren als het ook te vermijden is?

Hoewel de belangrijkste reden om in de energietransitie te beleggen, ligt in het economische voordeel en de positieve bijdrage aan de totale portefeuille, zoals hierboven uiteengezet, zijn er volgens Patel ook duidelijke milieu- en duurzaamheidsvoordelen verbonden aan dit soort investeringen.

Daarbij is het van belang onderscheid te maken tussen de vraag of duurzaamheid extra waarde toevoegt en de constatering dat duurzaamheidsrisico’s simpelweg onderdeel zijn van beleggingsportefeuilles. Ongeacht iemands opvatting over klimaatverandering of de haalbaarheid van netto nul uitstoot, valt moeilijk te ontkennen dat dit thema een bepalende trend is geworden voor economieën, financiële markten en zowel nationale als internationale politiek.

Tegelijk verloopt de route naar netto nul in de praktijk zelden geleidelijk. Economen tekenen dat pad vaak als een rechte lijn, maar de economische geschiedenis laat zien dat grote transformaties vrijwel nooit zonder schokken verlopen. Het is dan ook waarschijnlijk dat zich onderweg zogeheten ‘energietransitieschokken’ zullen voordoen. In zulke periodes, die vaak gepaard gaan met oplopende energieprijzen en hogere inflatie, zijn activa uit de energietransitie juist goed gepositioneerd om relatief sterk te presteren.

Een recent voorbeeld daarvan deed zich voor in 2022. Door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne en de daaruit voortvloeiende zorgen over energiezekerheid liepen stroomprijzen en inflatie wereldwijd scherp op. Een dergelijke schok lijkt zich nu weer voor te doen door het conflict in het Midden-Oosten. Strategieën gericht op energietransitie-infrastructuur boekten in 2022 positieve resultaten, terwijl andere beleggingscategorieën het overwegend moeilijk hadden.

Conclusie

Volgens Patel onderscheidt energietransitie-infrastructuur zich duidelijk van andere beleggingen, inclusief brede infrastructuur. De sector kent andere risicopremies en rendementsdrijvers, waardoor de correlatie met veel andere activa laag is, ondanks historisch vergelijkbare risico- en rendementscijfers.

Dat vergroot volgens Patel de diversificatiewaarde in een portefeuille. Tegelijk kan de sector profiteren van structurele groeikrachten nu de wereldwijde energietransitie verder versnelt. Daar komt bij dat energietransitie een snelgroeiend infrastructuursegment is, met veel en vaak moeilijk toegankelijke investeringskansen. Volgens Patel kunnen deze beleggingen daardoor niet alleen de spreiding verbeteren, maar ook de weerbaarheid van een portefeuille versterken.