Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion DNCA Investments.
En weeral! Voor het vijfde jaar op rij doet de banksector het immers beter dan de benchmark van de Europese aandelenmarkten. En een fotofinish was niet nodig om deze sector te onderscheiden van de tweede macrosector, gezien het grote verschil met de basismiddelen (67% tegenover 28%) en het nog grotere verschil met de algemene index (+16,7% voor de Stoxx600). Hetzelfde zien we in de Verenigde Staten, waar de sector het beter doet dan technologie (30% tegenover 27%), ondanks minder media-aandacht. Maar de feiten spreken voor zich: aan beide zijden van de Atlantische Oceaan was er in 2025 nog winstdynamiek, met respectievelijk 7% en 15% groei voor de winst per aandeel. Aan het begin van dit jaar stellen beleggers zich terecht de vraag of deze trend houdbaar is, of zoals ze in het Engels zeggen, of de sector zich niet in een situatie van 'over-earning'* bevindt.
In 2025 zou vooral de groei van de inkomsten voor de Europese banksector weer moeten aantrekken, met een dieptepunt voor de nettorente-inkomsten in het eerste kwartaal. Maar naast dit herstel was het de omvang van de herzieningen in de loop van het afgelopen jaar (+8%) die de massale overprestatie van de Europese sector en zijn herwaardering mogelijk maakte. Tegen alle verwachtingen in bleven de volumes van leningen en deposito's het hele jaar door positief**, ondanks de bezorgdheid over de Amerikaanse douanerechten.
Naast de dynamiek van de winststromen pleiten ook de voorraadeffecten in het voordeel van de sector. De Europese Bankautoriteit heeft een nieuwe studie uitgevoerd () waarvan de conclusies, gepubliceerd begin december, geruststellend zijn: de kwaliteit van de activa verbetert marginaal ten opzichte van december 2024*** en de blootstelling aan Non-Banking Financial Institutions blijft marginaal. In deze categorie vinden we private kredietfondsen met blootstellingen aan recente faillissementen (Tricolor en First Brands).
Een andere bevestiging in het voordeel van de sector is dat de piek van de regelgevende complexiteit waarschijnlijk achter de rug is. De twee meest recente voorbeelden komen van de centrale banken van de eurozone en Engeland. De eerste heeft aanbevelingen gedaan die de spelers in de sector zouden moeten toelaten om hun kapitaal en liquiditeiten beter te beheren. De ECB beveelt meer bepaald aan om het aantal kapitaalbuffers voor banken te verminderen tot twee. Aan de overkant van het Kanaal verlaagde de Engelse monetaire instelling eenvoudigweg de kapitaalvereisten (pijler 2A) om de sector aan te moedigen leningen te verstrekken.
Als aanvulling op deze gunstige maar bekende thema’s is er een nieuw onderwerp dat de olifant in de kamer is, in de vorm van twee letters: AI. Hoewel men intuïtief zou kunnen denken dat de huidige technologische revolutie deze industrie zou helpen, die gekenmerkt wordt door repetitieve taken, heeft McKinsey cijfers gepresenteerd om het sentiment te nuanceren: in zijn jaarlijkse overzicht meent de consultant dat de kosten met 15 tot 20% kunnen worden verlaagd. De analyse van de Zwitserse bank UBS gaat in dezelfde richting en stelt vast dat de ratio kosten/deposito’s en kosten/kredieten al tien jaar ongewijzigd zijn gebleven. Los van storytelling is BNP Paribas een van de eerste banken die kwantitatieve doelstellingen heeft geformuleerd voor de implementatie van AI-tools: 750 miljoen euro ‘waardecreatie’ dit jaar via omzetstijgingen en een betere operationele efficiëntie.
Een laatste fenomeen deed zich aan het einde van het jaar voor en zou zich in 2026 voortzetten dankzij de solide balansen van de banken: de overnames bij private equity-spelers. Deze laatsten, die minder gereguleerd zijn en over ruime liquide middelen beschikken om te investeren, hebben een deel van het bankrisico geabsorbeerd na de grote financiële crisis door middelgrote banken te kopen. Vijftien jaar later organiseren diezelfde private equity-fondsen de monetisering van deze activa door ze te verkopen aan industriële bedrijven uit de Europese sector. Een win-winsituatie: de verkoop van activa waardoor een deel van het geld kan worden teruggegeven aan de beleggers, en winstgevende transacties voor de banken.
Deze aankopen van activa zijn vaak een bron van synergieën en economisch relevanter dan liquide middelen te laten staan op de rekeningen van de centrale bank. De recente overname door ABN Amro van de entiteit NIBC in Blackstone is de blauwdruk van deze logica, die overigens niet leidt tot politieke onrust, in tegenstelling tot operaties die als vijandig worden beschouwd, zoals die van Unicredit tegen Commerzbank.
Ondanks de sterke prestaties van de voorbije vijf jaar mogen we niet uit het oog verliezen dat de sector van nature cyclisch blijft. In dat opzicht is de evolutie van de Europese inkoopmanagersindexen**** een goed voorteken voor de dynamiek van de kredietproductie in 2026. Maar na een jaar van historische overprestatie, die voor 40% verklaard wordt door de herwaardering van de sector, is waarschijnlijk een duidelijker onderscheid aangewezen. In dat opzicht zullen beleggers hun keuze moeten maken aan de hand van het drieluik waardering, kostenoptimalisatie en kwaliteit van de balans om 6 jaar op rij succesvol te zijn.
*Winsttrend boven het langetermijngemiddelde ;
**+3% groei voor de leningen in de eurozone in december op jaarbasis;
***Performante leningen met één punt gestegen tot eind juni (90%) tegenover december 2024;
****PMI van de eurozone op 51,5 voor de laatste enquête.