De ING-beleggersbarometer valt in maart fors terug, waardoor hij voor het eerst in 17 maanden onder zijn neutrale niveau noteert. De conjunctuurverwachtingen zwakken af, wat in combinatie met de Amerikaanse handelsmaatregelen het beursvertrouwen aantast. Zes op tien beleggers vindt belastingen op sparen en beleggen al aan de hoge kant. Meer dan de helft van de jonge beleggers denkt dat ze ooit de meerwaardebelasting zullen moeten betalen. Twee derde van de beleggers die denkt dat de meerwaardebelasting op hen van toepassing zal zijn, is van plan zijn beleggingsstrategie aan te passen om de meerwaardebelasting te ontwijken.
De ING-beleggersbarometer moet in maart een flinke stap terugzetten: de barometer keldert naar 93 punten, het laagste niveau sinds oktober 2023. Daarmee duikt de barometer voor het eerst in zeventien maanden onder zijn neutrale niveau van 100 punten, wat erop wijst dat de Belgische belegger eerder met argwaan de financieel-economische ontwikkelingen tegemoet kijkt.
“Vanaf maart is de Amerikaanse president Trump in een hogere versnelling gegaan met het nemen van beperkende handelsmaatregelen. Dat is op de beurzen beginnen wegen, wat ook het beleggersvertrouwen onder druk heeft gezet. Zo meldt 36% van de beleggers dat zijn portefeuille in de voorbije drie maanden een negatief rendement optekende, tegenover 33% beleggers die een positief rendement rapporteerden, ” stelt Peter Vanden Houte, hoofdeconoom bij ING België. Ook de conjunctuurinschatting begint af te brokkelen: nog amper 19% zag de economische situatie in de voorbije drie maanden verbeteren, terwijl liefst 45% een verslechtering rapporteerde. Ook de toekomstverwachtingen hebben een knauw gekregen. Zo ziet 44% van de beleggers de Belgische conjunctuur in de komende drie maanden afzwakken, het grootste percentage sinds december 2022.
Met een meer volatiele beurs en een afbrokkelende conjunctuur, is het niet verwonderlijk dat het beursvertrouwen wankelt. Het percentage beleggers dat de Belgische beurs in de komende drie maanden ziet dalen (38%), ligt al voor de tweede maand op rij hoger dan het percentage beleggers dat een stijgende beurs in het vooruitzicht stelt (27%).
“In deze omstandigheden is het niet verwonderlijk dat de risicozin wat begint af te nemen. Zo vindt slechts 27% van de beleggers dat het een goed moment is om in meer risicovolle sectoren te beleggen, maar 32% heeft daar geen oren naar,” merkt Peter Vanden Houte op.
6 op 10 beleggers vindt belastingen op sparen en beleggen al aan de hoge kant
Dat de Belgische overheidsfinanciën er niet florissant uitzien, is de Belgische belegger niet vreemd. Liefst driekwart van de Belgische beleggers maakt zich zorgen over de toestand van de Belgische overheidsfinanciën. In de zoektocht naar hogere inkomsten komt ook de spaarder en de belegger in het vizier te liggen. Nochtans vindt 63% van de beleggers het huidige niveau van de belastingen op sparen en beleggen aan de hoge kant. Amper 10% is het daar niet mee eens. Als ze dan toch moeten kiezen tussen een belasting op de waarde van de effectenportefeuille of een belasting op het rendement op de effectportefeuille, dan kiest bijna zes op tien beleggers voor een rendementsbelasting, een vijfde kiest voor een waardebelasting en de rest weet het niet. Opmerkelijk is dat de voorkeur voor een belasting op de waarde van de portefeuille afneemt met de leeftijd: bij de beleggers onder de 35 jaar is dat meer dan een derde, bij de beleggers boven de 55 jaar valt dat onder de 10% terug.
“Vermoedelijk is dit ingegeven door het feit dat de grotere portefeuilles meestal bij de oudere beleggers zitten en de jongere beleggers denken dat ze bij deze belasting buiten schot zullen blijven. De huidige taks op effectenrekeningen geldt ook maar voor portefeuilles vanaf 1 miljoen euro, een niveau waar de meeste jonge beleggers waarschijnlijk nog niet geraken,” oppert Peter Vanden Houte. Meer dan de helft van de jonge beleggers denkt dat hij ooit de meerwaardebelasting zal betalen
Over de zogenaamde ‘solidariteitsbelasting’, wat een meerwaardebelasting is op de winst die particulieren realiseren bij de verkoop van financiële activa, zijn de meningen verdeeld. Ongeveer vier op tien vindt het een goede zaak, drie op tien vindt het een slechte zaak en de rest heeft geen duidelijke mening. Liefst 43% denkt dat hij ooit de meerwaardebelasting zal moeten betalen (46% denkt van niet). Het valt op dat bij de beleggers jonger dan 35 jaar liefst 56% denkt dat hij ooit zal moeten betalen, terwijl dit percentage bij de beleggers vanaf 55 jaar tot minder dan een derde terugvalt.
“Uit onze enquête weten we dat jongere beleggers veel speculatiever beleggen dan oudere beleggers. En dat jonge beleggers typisch meer transacties doen. Dat kan verklaren waarom jongeren denken dat ze wel eens voldoende meerwaarden zullen realiseren om de taks te moeten betalen,” volgens Peter Vanden Houte. Twee derde van de beleggers wil strategie aanpassen om meerwaardebelasting te ontwijken Liefst 62% van de beleggers is ervan overtuigd dat zeer rijke mensen de meerwaardebelasting zullen ontlopen. Maar als gevraagd wordt of ze zelf hun beleggingsstrategie zullen aanpassen om geen meerwaardebelasting te moeten betalen, antwoordt twee derde van de beleggers die denkt in aanmerking te komen affirmatief. Dit percentage ligt met 77% het hoogst bij de jongere beleggers.
Of vastgoedbeleggingen zullen profiteren van de invoering van de meerwaardebelasting op financiële beleggingen is voer voor discussie: 36% van de beleggers vindt van wel, 21% denkt het niet en de rest blijft het antwoord schuldig. “Uit de antwoorden van de beleggers blijkt dat de invoering van een meerwaardebelasting bovenop de al bestaande effectentaks, roerende voorheffing en beurstaksen, aanleiding kan geven tot ontwijkingsgedrag, terwijl belastingen liefst zo neutraal mogelijk zouden zijn bij de keuze van beleggingsinstrumenten of andere vermogensactiva,” besluit Peter Vanden Houte.