Gert-Jan Heinsman reageert op Het bericht ‘Zorgverzekeraars: premieopslag bij betalingsachterstand voor laagste inkomens naar 0%’ | Tweede Kamer der Staten-Generaal
De opslag op de zorgpremie voor mensen met een langdurige betalingsachterstand lijkt te verdwijnen. De recente Kamervragen van Don Ceder en Mirjam Bikker onderstrepen opnieuw de zorgen over de huidige regeling. Zij vragen de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wanneer een wetsvoorstel voor afschaffing van de premieopslag kan worden verwacht.
De mogelijke afschaffing opslag markeert een belangrijke verandering in de manier waarop naar betalingsachterstanden wordt gekeken: van financiële prikkel naar meer aandacht voor de situatie van de persoon en de ondersteuning die nodig is om uit de betalingsproblemen te komen.
Wie langer dan zes maanden de zorgpremie niet betaalt, komt nu terecht in de regeling betalingsachterstand zorgpremie (BAZ). De premie wordt dan geïnd via het CAK en daar komt een opslag bovenop. Die opslag is ooit bedoeld als prikkel om mensen sneller te laten betalen. In de praktijk raakt die prikkel vooral mensen die al diep in financiële problemen zitten.
De discussie over de premieopslag speelt al langer. Een meerderheid van de Kamer stemde voor afschaffing van de verhoogde premie. Ook zorgverzekeraars en het CAK, dat de regeling uitvoert, hebben aangegeven af te willen van de opslag. Nu naast de Kamer ook de uitvoerder en zorgverzekeraars aangeven dat de opslag moet verdwijnen, ligt er een duidelijke opdracht voor de politiek.
De afschaffing van de opslag raakt een grote groep mensen. Volgens recente cijfers moeten circa 194.000 verzekerden hun zorgpremie via het CAK betalen vanwege een betalingsachterstand van meer dan zes maanden. Onderzoek naar de werking van de regeling laat zien dat de opslag er niet vanzelfsprekend voor zorgt dat mensen hun betalingsachterstand sneller inlopen. Voor mensen die al langdurig financiële problemen hebben, kan de hogere premie de druk juist verhogen.